Levend of Dood

Dit zeer korte Fantasy verhaal is geschreven als eindopdracht van de basisopleiding van de Schrijversacademie. Ik merk dat de wereld van de Eenzame Stad mij niet los laat en ik heb besloten dat mijn eerste roman in deze wereld zal plaatsvinden. Dit verhaal is dus uitgegroeid tot een schets, een teaser, van een groter werk. Een klein voorproefje van wat hopelijk komen gaat.


Levend of Dood
Eddie A. van Dijk

De liftzaal die in de onderste punt van de stad uit het basalt is gehouwen, een ruimte waar duizenden in passen, is leeg op vier figuren na. De pilaren rondom de zaal werpen lange schaduwen in het ochtendlicht. Het gewaad van de Rechter wappert in de woestijnwind die tussen de pilaren door de zaal binnen vloeit. Aan weerszijden van de Rechter staan wachters in het gareel. Voor de Rechter staat Yan, wiens wachtersuniform is ontdaan van elke indicatie van rang.

‘Weet je de woorden?’ de doorleefde stem van de Rechter staat in schril contrast tot het ivoren masker dat zijn gelaatstrekken verbergt.

Yan knikt, ‘ik weet de woorden.’ Zijn neus, beurs en opgezwollen, vervormt zijn stem.

De Rechter trekt een roede, een staaf van een el lang en vervaardigd van het zelfde materiaal als zijn masker, uit zijn gewaad en overhandigt die aan Yan, ‘en je weet wat je te doen staat?’

‘Ja, heer.’ Yan kijkt naar zijn collega’s, maar zij weigeren zijn bestaan te erkennen. Voor hen bestaat Yan niet en dat zal zo blijven tot hij zijn eer hersteld heeft. Yan keert zich om en stap de liftkooi binnen.

‘Levend of dood,’ zegt de Rechter.

‘Levend of dood,’ herhaalt Yan. Hij wingt zijn handen om het ivoor, de patronen die erin zijn gesneden bijten in zijn handpalmen. De kooi komt in beweging met een schrok en begint de afdaling naar de woestijn.

 

De voetstappen echoden tegen het gesteente waaruit de gang naar de executieruimte was gehakt. De gevangene stopte en keek om laag naar zijn geketende handen. Yan gaf hem een duw in de rug. ‘Doorlopen,’ commandeerde hij en probeerde zijn zenuwen niet door te laten klinken in zijn stem. Het vergezellen van een gevangene naar de kamer waar zijn ziel uit hem getrokken zou worden was een eer, een kans die hij niet wilde verpesten.

De gevangene begon te snikken en zakte door zijn knieën

‘Sta op,’ zei Yan geïrriteerd, ‘kom op.’

De man schuifelde op zijn knieën om, greep Yans tuniek met beide handen vast en begon met gebogen hoofd te smeken. ‘Alsjeblieft, dit kan je toch niet maken. Het was zelfverdediging, het was hij of ik. Geloof me alsjeblieft.’

‘De Rechter heeft geoordeeld, daar kan ik verder niks aan doen. Dat weet je zelf net zo goed als ik.’

De man keek naar Yan op, zijn ogen droog en vastberaden. Voordat Yan kon reageren trok de man hem met volle kracht naar beneden en stootte zijn hoofd omhoog. Het kraken van zijn neus en een flits van pijn vulde Yans hoofd. Hij verloor zijn evenwicht en viel grijpend naar zijn neus naar achter. De gevangene krabbelde op en zette het op een lopen.

 

De roede begint te zingen voordat Yan de ruïne kan zien, een klaagzang waarvan de woorden net niet te verstaan zijn. Het bouwsel moet ooit een kleine woning zijn geweest. Er steekt nog een hoek uit het zand, een herinnering aan de tijd dat er leven buiten de stad geweest moet zijn. Een betere plek om te overnachten zal Yan niet vinden en het zingen geeft hoop dat hij deze nacht geen kou hoeft te lijden. Hij werpt zijn rugzak tegen de muur en ploft neer in het zand. De Eenzame Stad hangt in de lucht boven de woestijn als een donkere wolk. Op de top van de stad zijn bossen, velden en landerijen te zien, een kroon van groen. Vanaf deze afstand lijkt het of de punt van de stad de woestijn aanraakt. Vanochtend, in de liftkooi, had het zo hoog geleken. Er zijn maar weinigen die de stad van dit perspectief te zien krijgen. Een dubieuze eer.

Yan onderbreekt de klaagzang met een woord dat onnatuurlijk over zijn tong rolt en gebiedt het ivoor om het ongeziene te laten zien. Mist kruipt tussen de stenen vandaan, flarden van de Oude Wereld die zich verzamelen in de hoek en de vorm aanneemt van een kind dat tegen de muur is aangekropen. Het kijkt op, reagerend op een geluid dat nooit meer gehoord zal worden en heft de armen boven het hoofd in afwachting van een dood die allang gekomen is. Het laatste moment van het leven is alles wat over is van het zieltje. Yan spreekt nog een woord waarop de mist het ivoor ingetrokken wordt. ‘Levend of dood,’ mompelt Yan. Hij steekt de staaf in het zand en laat het met een derde woord ontbranden. Het artefact wordt omvat door vlammen die het ivoor niet lijken te deren. Yan probeert de slaapt te vatten terwijl het zieltje opbrandt.

 

Yan probeerde zich een weg te banen door de menigte van burgers die zich rond het schouwspel hadden verzameld. ‘Wachter, opzij!’ Bij ieder woord drong meer van het bloed dat uit zijn neus stroomde zijn mond binnen. Hij duwde een toeschouwer opzij en kreeg eindelijk zicht op de gevangene. De man stond te wankelen op een balustrade die door de eeuwen en duizenden handen tot een hoogglans was gepolijst.

De man man keek naar Yan om, ‘als je mijn ziel wilt, platneus, kom hem dan maar halen!’ De man sprong.

Yans maag bevroor. Hij rende naar de balustrade en leunde zo ver als hij durfde naar voren. Ver beneden hem gleden rotsen en zand voorbij. Hij keek toe hoe zijn gevangene de dood tegemoet viel.

 

Met de klaagzang die hem de weg wijst vind Yan de gevangene op de tweede dag als de zon vanaf hoog in de lucht op hem neer hamert. Het lichaam ligt gebroken in het zand. Met een woord maakt Yan de ziel zichtbaar. De mist lijkt op te stijgen uit het lijk. Het kolkt totdat de verschijning van de gevangene op het lichaam zit, met de armen nonchalant op de knieën. Yan hurkt en kijkt de ziel in de ogen. Wat over is van de gevangene kijkt terug met een zelfingenomen glimlach. De lippen van de verschijning binnen te bewegen zonder geluid voort te brengen.

‘Levend of dood,’ zegt Yan tegen de dode, ‘zullen wij de Eenzame Stad dienen.’ Hij houdt de roede voor zich, spreek een woord en laat het de mistfiguur verorberen. Yan steekt het artefact onder zijn riem, strekt zich uit, veegt het zweet van zijn voorhoofd en beloont zichzelf met een slok water. Met een zucht begint hij terug te lopen richting de zwevende stad aan de horizon.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.