De Kwaliteit van Nederlandstalige Fantastische Genrefictie

Het afgelopen jaar heb ik me proberen in te lezen in de Nederlandstalige fantastische genrefictie. Ik ben niet de snelste lezer en de tijd die ik heb om te lezen is over het algemeen beperkt tot ongeveer half uurtje per dag (al kan ik echte binge-read buien hebben). Dus ik heb lang niet alle recent uitgegeven verhalen en romans gelezen. Toch denk ik, naïef als ik ben, iets te kunnen zeggen over de kwaliteit van de Nederlandstalige fantasy, sciencefiction, horror en magisch-realistische fictie.

Je hoeft je niet lang in het “wereldje” te begeven om de bekende klacht te horen: de Nederlandstalige fantastische genrefictie heeft niet van het niveau van het gene dat in de Angelsaksische wereld geschreven wordt. Maar ik denk dat die klacht niet terecht is. Voor zover ik kan overzien worden er relatief gesproken even veel goede verhalen geschreven in Nederland en Vlaanderen als in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. Dat wil zeggen dat van alle verhalen die geschreven worden tachtig procent slecht tot ronduit bagger is, vijftien procent is matig tot goed en vijf procent is zeer goed tot fantastisch. Het probleem is dat het wereldje in Nederland zodanig klein is dat je maar een handjevol verhalen in die laatste categorie overhoudt.

Daarnaast zit er een kwaliteitsfilter tussen wat er in de Angelsaksische wordt uitgegeven en het werk waar wij hier in Nederland makkelijk toegang toe hebben. Alleen de boeken van enige kwaliteit of populariteit komen hier, al dan niet vertaald, in de boekenwinkels te liggen. Je moet hier redelijk je best doen om de echte bagger uit de Angelsaksische wereld te vinden. Het beeld van de kwaliteitsverhouding tussen de Nederlandstalige en Angelsaksische Fantastische genres wordt hierdoor nogal vertekend. En laten we wel zijn, een heel groot deel van de (van oorsprong) Engelstalige fantastische genrefictie die ons bereikt is ook niet bijster goed. Maar ja, we hebben nu eenmaal met dit vertekende beeld te maken. Dat betekend dat de Nederlandstalige fantastische genrefictie een aanzienlijke uitdaging heeft: niet het evenaren maar het overtreffen van het Angelsaksische niveau.

Ik ben persoonlijk van mening dat we nog veel kunnen winnen door kritisch te kijken naar world building, zeker als het aankomt op secondary world fantasy. Ik ben meerdere auteurs tegengekomen die zeker goed schrijven (veel beter dan ik in ieder geval), maar wiens werelden niet kritisch genoeg doordacht zijn om echt boven het maaiveld uit te komen. En dat is zonde.

Ook heb ik het gevoel dat te veel fantasyschrijvers de volgende J.R.R. Tolkien, George R.R. Martin of andere grootheid in het genre willen zijn en dat ze daardoor op de door deze auteurs gebaande paden blijven. Wellicht doorzoeken ze eens een struik aan de kant van het pad die door hun voorbeelden genegeerd is. Maar daar blijft het bij.

Maar ja, wie gaat er nu naar mij luisteren? Niemand. En dat is helemaal terecht. Ik heb nog niks bewezen. Dus dat is mijn persoonlijke uitdaging om de kwaliteit van de Nederlandstalige fantastische genrefictie te verbeteren: bewijzen dat mijn ideeën waarde hebben. En dat kan maar op een manier. Door te schrijven. Ik ga de beste verhalen schrijven die ik kan schrijven met de meest intrigerende en levendige werelden die ik kan bedenken. Ik zal door blijven schrijven en leren totdat ik ooit eens iets schrijf wat niet tot die tachtig procent bagger behoort.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.